"Van een godsdienst-fenomenologische naar een allusieve benadering"

De geschiedenis van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus, stellig de meest verbreide voortgezette werkwijze op deze wereld, is zeer complex. In het onderhavige artikel wordt hierop slechts summier ingegaan.
Deze beschouwing heeft immers voornamelijk tot doel de betekenis van de onder deze naam vigerende werkwijze in Nederland anno 2012 te belichten.

 


De AASR, in de wandelgangen 'Schotse Ritus' genoemd, heeft, anders dan deze benaming doet vermoeden, haar oorsprong in Frankrijk. Althans wat de rituele inhoud of 'ziel' betreft. Niet lang nadat in Engeland rond 1730 een afzonderlijke Meestergraad was ingevoerd, ontstond op het continent een duidelijke behoefte aan een verdiepende uitwerking van de in die graad centraal staande Hirammythe. Dit gaf in Frankrijk aanleiding tot het ontstaan van diverse graden van een onmiskenbaar esoterische inslag, waarin zowel kabbalistische en hermetisch-alchemistische als gnostische elementen de boventoon voerden.
Eén van de oudste centra waar in deze graden werd gewerkt (graden waaraan men in Frankrijk de naam 'Ecossais' - Schots - verbond) was de tussen 1740 en 1744 opgerichte Loge 'La Parfaite Harmonie' in Bordeaux.

Tot ongeveer 1751 omvatte het stelsel van de zogenoemde 'Ecossais'-reeks 14 graden, die werden beoefend onder de benaming 'Loge de Perfection' (Loge van Volmaking). Na 1751 werden aan die 14 graden elf graden toegevoegd, die zowel betrekking hadden op de bouw van de tweede tempel door Zerubbabel als op de vestiging van een derde, geestelijke en christelijk georiënteerde tempel. Deze 25 graden leverden samen een systeem op dat in het algemeen 'Rite de Perfection' werd genoemd. De elf toegevoegde graden begonnen met die van Ridder van het Oosten of de Degen (15de graad) en eindigden met die van Ridder Kadosh (24ste graad), alsmede Subliem Prins van het Koninklijk Geheim (25ste graad).

Ontstaan in Amerika

De Franse wijnkoopman Etienne Morin (1693-1771), die Bordeaux regelmatig aandeed en voorts intensieve relaties onderhield met de Franse koloniën op het westelijk halfrond, werd in 1761 door een Raad van Sublieme Prinsen te Parijs ertoe gemachtigd bovenstaande 'Sublieme' graden van de Vrijmetselarij (4de tot en met 25ste graad) te verspreiden in Amerika. Daartoe benoemde hij in Kingston (Jamaica) de Nederlandse emigrant Henry Andrew Francken (1728-1795) tot Gedeputeerd Inspecteur Generaal met de opdracht de 'Rite de Perfection' in Amerika te helpen invoeren.
Ten einde één en ander van een wettige basis te voorzien, stelde men in 1762 Constituties voor deze werkwijze op.
Toen Francken werd overgeplaatst naar New York, stichtte hij in 1767 te Albany de eerste 'Loge van Volmaking' (14 graden, zie boven) op het Amerikaanse continent.
Hiermee werd de bakermat voor de toekomstige AASR gelegd. Voor ons is echter van het meeste belang dat Francken de oorspronkelijke ritualen van de Franse 'Rite de Perfection' (25 graden) in het Engels heeft vertaald, wat onnoemelijk veel heeft bijgedragen tot de bekendheid van deze graden in Amerika. Zo kwam het langzaam maar zeker tot de oprichting van de eerste Opperraad, waarbij het geheel van 25 graden geleidelijk werd uitgebreid tot 33 graden. Aan de oprichting van deze Opperraad gingen de Grote Constituties van 1786 vooraf, welke voortborduren op die van 1762. Deze Constituties waren immers noodzakelijk, gezien de tussentijdse uitbreiding van het aantal graden.
Beide Constituties worden door alle erkende Schotse grootmachten ook anno 2002 nog onverminderd beschouwd als de basisdocumenten van de AASR. De eerste officiële bijeenkomst van de Opperraad vond plaats in 1801 te Charleston, waarmee de 'Mother Suprème Council of the World' een feit werd en daarmee ook de AASR zoals we die nu kennen.


 



Oprichting Belgische en Nederlandse Opperraad.

Wanneer we over de AASR spreken, bedoelen we een systeem van 33 graden dat in de gehele wereld wordt beoefend, zij het op uiteenlopende wijzen. In elk land is dit gradenstelsel geplaatst onder het gezag van een autonome en soevereine Opperraad. Zo luidt de volledige naam van de Orde in Nederland: 'Orde van Vrijmetselaren werkend onder de Opperraad van de 33ste en laatste graad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus voor het Koninkrijk der Nederlanden'.
De geschiedenis van de Nederlandse AASR begint feitelijk in 1817, toen in de Nederlanden een Opperraad werd gesticht in Brussel.4 Deze heeft haar werkzaamheden evenwel nooit uitgebreid naar de Noordelijke Provinciën. Op 18 oktober 1912 werd, ondersteund door de toenmalige Soeverein Grootcommandeur van België, de godsdienst- historicus Eugène Félicien Albert Goblet graaf d'Alviella, het besluit geëffectueerd tot oprichting van een zelfstandige Nederlandse Opperraad.
De officiële installatie vond plaats op 24 mei 1913 in Den Haag. Op dat moment was 'De Orde van Vrijmetselaren onder het Hoofdkapittel van de Hoge Graden'" al honderd jaarr in ons land werkzaam. Deze Orde, die in essentie stoelt op de zeven graden omvattende 'Rite Francais' of 'Rite Moderne', kent als afsluitende graad die van Soeverein Prins van het Rozekruis. Min of meer dezelfde graad komt tevens voor in de AASR, zij het als 18de graad. Om die reden werd in 1913 overgegaan tot het sluiten van een convenant tussen beide obediënties, waarin werd vastgelegd dat de AASR niet zou werken in de graden 4 tot en met 18. Zij die in het bezit waren van de Rozekruisgraad van het 'Hoofdkapittel van de Hoge Graden' konden worden uitgenodigd tot de 22ste graad van de AASR.

In 1991 werd dit convenant beëindigd en de AASR begon te arbeiden in de 4de en de 18de graad. Hierbij zij voor alle duidelijkheid gesteld dat de inhoud van de thans bij de AASR in zwang zijnde 18de graad, genaamd Ridder van het Rozekruis, wezenlijk verschilt van de Rozekruisgraad van het Hoofdkapittel.
In 2008 is in een convenant vastgelegd, dat de 'overstap' van de Rozekruisgraad niet meer mogelijk is. In 2009 is vastgesteld dat per 2010 in de 14e graad zal worden gewerkt.


 



'For the pride of the community

De eerste drie graden van de AASR (klasse 1, zie het overzicht aan het einde van dit artikel), de symbolieke graden, worden in Nederland niet beoefend door de Opperraad, aangezien ze worden verleend onder het wettig gezag van regelmatige en autonome Grootloges. Thans wordt in Nederland gewerkt in de volgende graden: Geheim Meester (4de graad), Ridder van het Rozekruis (18de graad), Ridder van de Koninklijke
Bijl, Prins van de Libanon (22ste graad), Ridder van de Zon, Prins Adept (28ste graad), Groot-Uitverkoren Ridder Kadosh, Ridder van de Zwart-Witte Adelaar (30ste graad), Grootinspecteur-Inquisiteur- Commandeur (31ste graad), Subliem Prins van het Koninklijk Geheim (32ste graad) en Soeverein Grootinspecteur-Generaal (33ste graad). De overige graden worden per communicatie verleend, waarbij de bestudering van alle graden, dus ook die waarin men niet wordt ingewijd, ten zeerste wordt aangemoedigd.
Om het bijzondere van de Nederlandse werkwijze in de AASR nader aan te stippen, is het dienstig nog eens te beklemtonen dat de praktijk binnen de AASR per land verschilt. In Amerika b.v., het 'moederland' van de AASR als huishoudelijk instituut, ligt de nadruk in de ritualistiek apert op morele, godsdienstige en ethische thema's, al dan niet doorspekt met sterk nationalistisch getinte motieven. In de 19de eeuw had men kennelijk weinig affiniteit met de oorspronkelijke ritualen, zodat de kennis daarvan snel verwaterde. Hierin speelt vooral een rol de grote invloed van de in 1859 tot Soeverein Grootcommandeur van de Southern Jurisdiction benoemde advocaat Albert Pike (1809-1891), wiens lijvige en vol bedenkelijke syncretismen staande boek Morals and Dogma ook nu nog overwegend dient als richtsnoer voor de arbeid in de Amerikaanse AASR. De initiaties zelf hebben een sterk massaal en uiterlijk karakter. Daarnaast ligt in de tegenwoordige V.S. het accent bij de Vrijmetselarij in het algemeen en de AASR in het bijzonder vooral op het charitatieve vlak en voorts speelt het rang-, resp. status-element een niet geringe rol.6 Hier geldt (niet alleen in de Vrijmetselarij trouwens!) als uitgangspunt dat men werkt 'for the pride of the community'.

 



Terug naar de basis

In ons land daarentegen werden aanvankelijk de ritualen van de hoogleraar Goblet d'Alviella gebruikt, die, zeker in vergelijking met die van Pike en consorten, aanzienlijk meer diepgang vertonen. Heel duidelijk is de godsdienst-fenomenologische invalshoek, tot uitdrukking komend in het op allerhande manieren belichten van tal van religieuze stromingen en wereldgodsdiensten. In dit verband zij verwezen naar de thans bij ons niet meer gepraktiseerde 26ste graad, Heer van Mededogen, waarin het boeddhisme centraal staat.
Toch zijn ook hier bezwaren. In de eerste plaats bevatten de rituelen weinig handeling en beklijft eerder de impressie van een reeks door verschillende personen voorgedragen lezingen. Vervolgens stroken bepaalde details van de rituelen in onvoldoende mate met de huidige inzichten op godsdienst-fenomenologisch terrein. Ten derde ontbreekt het allusieve karakter, dat voor de symbolieke graden juist zo karakteristiek is, een eigenschap welke mede in de oorspronkelijke Rite de Perfection bij uitstek aanwijsbaar is. Met andere woorden: de ritualen waarover wij dankzij Henry Andrew Franckens voortreffelijke Engelse vertalingen beschikken, sluiten aanzienlijk beter aan op de symbolieke graden - let wel: waarvan zij een verdieping behoren te zijn - dan de rituaalversies van D'Alviella en vooral Pike
Uit het voorgaande valt dan ook goed te verklaren waarom tijdens het bewind van Soeverein Grootcommandeur B.J.D. Alberts in de jaren zeventig de Commissie voor de Schotse Ritus in het leven werd geroepen, de voorloper van de huidige Commissie Vormen, Gebruiken en Ritus (Commissie VGR). Deze Commissie heeft op verzoek van het toenmalige Ordebestuur een heroriëntatie ingeluid van de binnen de Nederlandse AASR tot op dat ogenblik gebruikte ritualen. In het licht hiervan heeft zij zich speciaal gebogen over de vraag of - en zo ja, in hoeverre - het mogelijk is de arbeid in de Loge van Volmaking (klasse 2, graden 4 tot en met 14) binnen het bereik van de Nederlandse AASR te brengen.
In de loop der jaren is het besef steeds toegenomen dat de Loge van Volmaking het fundament bij uitstek van de Schotse Ritus is. In de elf graden in kwestie wordt immers het gebeuren in de Meestergraad verticaal uitgewerkt. Zo blijven voor de Meester-vrijmetselaar na zijn verheffing nogal wat wezenlijke vragen open. Vragen als: hoe staat het met de bouw aan de tempel na de dood van Hiram Abiff? Wie is vervolgens verantwoordelijk voor welk onderdeel van de bouw? Worden de Boze Gezellen bestraft? Deze fundamentele zaken komen in de Loge van Volmaking stuk voor stuk aan de orde.
Daarnaast ligt niet alleen de nadruk ondubbelzinnig op de zoektocht naar het oude Meesterwoord; bovendien komt het in de graden 13 en 14 tot een dramatische verbeelding van de mogelijke betekenis van dat Woord. Weliswaar wordt reeds geruime tijd gewerkt in de graad van Geheim Meester (4de graad) - waartoe in 1991 het convenant van 1913 werd opgezegd -, maar thans is tot een zinvolle afronding van de Loge van Volmaking gekomen, waarbij de essentie van de graden 13 (Ridder van het Koninklijk Gewelf) en 14 (Volmaakt Uitverkoren Groot Schot) de kern is. Overbodig te zeggen dat de oorspronkelijke en destijds dankzij Francken bekendgeworden ritualen van de Rite de Perfection dienden als uitgangspunt. Hier geldt vóór alles: terug naar de basis.

Doorwrochte exegese

Ook in de vervolggraden na de 14de dienen de Francken- en aanverwante Franse ritualen als fundament.
In de kapittel- (klasse 3 en 4) en filosofische graden (klasse 5, Areopagus) wordt de in de Loge van Volmaking aangedragen inhoud veeleer horizontaal uitgediept, waarbij vooral de alchemistische invalshoek een factor van gewichtis.
In dit verband verdient speciaal de 28ste graad, Ridder van de Zon, Prins Adept, vermelding, waarbinnen de alchemistische en kosmologische thematiek heeft geleid tot een doorwrochte exegese van de maconnieke symboliek. Niet zonder reden wordt deze graad, die men in het buitenland in deze vorm nergens tegenkomt, door menigeen ondergaan als zeer indrukwekkend. Met de 30ste graad, Groot-Uitverkoren Ridder Kadosh, Ridder van de Zwart-Witte Adelaar, wordt het nwijdingsproces voltooid. Hier komen het verticale en het horizontale aspect naadloos samen, en de neofiet verkeert in het voordeel dat hij, midden in het
'landschap' staande, toch in staat is het 'helikopter-effect' te beleven, aangezien het door hem afgelegde traject door de diverse graden tijdens het gebeuren in dit rituaal duidelijk zichtbaar wordt.
De 31ste en de 32ste graad zijn de zogeheten Consistoriegraden (klasse 6). Zoals deze naam aangeeft, zijn deze graden in principe bestemd voor hen van wie mag worden verwacht dat zij binnen afzienbare tijd in de plaatselijke afdelingen van de AASR, de Consistories, bestuurlijk actief zullen worden. De 33ste graad (klasse 7) is voorbehouden aan hen van wie wordt verwacht dat zij zitting zullen nemen in de Opperraad ofwel actief zullen worden in één van de commissies van de Orde, zoals b.v. de eerder genoemde Commissie VGR. In zeer uitzonderlijke gevallen kan deze graad worden verleend wegens grote verdienste(n).

(deze tekst is eerder gepubliceerd in THOTH 2002 nr. 5/)