Artikelindex


Opperraad en bestuur

In de Grote Constituties van 1786 worden de taken van leden van de Opperraad omschreven. Tot hun opdracht behoort het de broeders te onderrichten en te verlichten, zin voor liefdadigheid, eensgezindheid en broederliefde bij hen levendig te houden, er op toe te zien dat de arbeid in elke graad op de juiste wijze wordt uitgevoerd en dat Statuten en Reglementen worden geƫerbiedigd. De Opperraad is belast met het hoogste maƧonnieke gezag in de Orde van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus.

Leden van de Opperraad moeten er op toezien dat er op de juiste wijze wordt gewerkt. De Opperraad is een bestuursorgaan. Elk lid heeft een taak op zich genomen bij het toetreden tot de opperraad.


Het bestuur van de orde van de Schotse Ritus wordt samengesteld uit leden van de Opperraad. Naast de vergaderingen van de Opperraad wordt ten minste eenmaal per jaar een algemene vergadering belegd, die bestaat uit afgevaardigden van de consistories. Deze algemene vergadering vormt het zakelijke bestuursorgaan der orde. Hierin brengt het bestuur der orde zijn jaarverslag uit onder overlegging van de nodige bescheiden. Het bestuur legt rekening en verantwoording af van het gevoerde zakelijke beleid en vraagt het goedkeuring van de jaarstukken en van de begroting voor het komende jaar.

De Opperraad kiest de soeverein grootcommandeur en zijn vervanger. De algemene vergadering kiest de grootthesaurier en de grootkanselier De overige bestuursleden, grootofficieren, worden door de Opperraad gekozen.

De Opperraad kent voor zijn leden een zittingstermijn van drie jaar, deze termijn kan met drie jaar verlengd worden.