Artikelindex




Hendrik Andries Francken

Een van de eerste daden van grootinspecteur Morin was het benoemen van een gedeputeerd inspecteur generaal. Hij koos hiervoor Hendrik Andries Francken, die bij de douane in Kingston op Jamaica werkte en van Nederlandse afkomst was. Francken kreeg de machtiging de Rite de Perfection op het westelijk halfrond te helpen verspreiden.

Kort daarna werd Francken naar New York overgeplaatst. Hij stichtte in 1767 in Albany (New York) de eerste loge van volmaking op het Amerikaanse continent. Deze loge kende veertien graden. Later werd, ook in Albany, een grote raad van prinsen van Jeruzalem gevestigd.

Francken benoemde in Amerika een aantal gedeputeerd inspecteurs, waaronder enige Nederlandse emigranten, die de perfectiegraden verder over het continent hielpen verspreiden. Francken heeft de beschikbare Franse ritualen in het Engels vertaald, waardoor de Rite de Perfection vaste voet kreeg onder de kolonisten in het Britse gebied in Amerika.

Mede door de activiteiten van Morin en Francken en later ook van de uit Frankrijk naar Santo Domingo geëmigreerde graaf De Grasse Tilly en diens schoonvader DeLaHogue groeide in Amerika de belangstelling voor het Schotse stelsel en werd dit geleidelijk zelfs uitgebreid tot 33 graden, met als hoogste bestuursorgaan een Opperraad.

De eerste Opperraad

De eerste officiële bijeenkomst van deze Opperraad had plaats in 1801 te Charleston (South Carolina). Dit jaar beschouwt men als het stichtingsjaar van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus. Het is ook het jaar van oprichting van de Opperraad van de Zuidelijke Jurisdictie van Amerika, sindsdien ‘the mother council of the world’ genoemd. In 1813 werd in de noordelijke staten van Amerika besloten tot de oprichting van een tweede grootmacht, de Noordelijke Jurisdictie, die gevestigd is te Lexington, een voorstad van Boston.

Bij de oprichting heeft ‘the mother council’ een resolutie aangenomen waarin wordt verklaard dat in 1801 het stelsel voor het eerst is beoefend.

De constituties van 1762 en 1786

De Schotse Ritus kan worden beschouwd als een voortzetting van het in het midden van de achttiende eeuw gegroeide stelsel van de Rite de Perfection. In de loop der jaren werd dit uitgebreid tot 33 graden. Dit vereiste een aanvulling van de in 1762 vastgestelde constituties voor de Rite de Perfection. Deze kreeg gestalte in de Grote Constituties van 1786. Beide constituties worden nog steeds door alle erkende Schotse grootmachten als basisdocumenten van de Schotse Ritus beschouwd.

De zinspreuk ‘Universi Terrarum Orbis Summi Architectonis ad Gloriam Ingentis’ – ‘Ter ere van de Opperbouwmeester des Heelals’ – is hieraan ontleend. Deze zinspreuk staat op alle gedrukte uitgaven van de Opperraad. Daarop staat ook altijd het embleem der Orde, een dubbelhoofdige adelaar, in zijn klauwen een zwaard torsend, en een banderol met het devies:

‘DEUS MEUMQUE JUS – ‘God en mijn Recht’.